Geplaatst op — Geef een reactie

IJsvogel doet zijn naam eer aan?

Je hebt ze vast wel eens gezien, de blauwe flits die met schelle geluiden laag over het water scheert. Prachtig om te zien maar oh zo lastig om een goed beeld van het beestje te krijgen.

De Nederlandse naam ijsvogel kan een verbastering zijn van de Germaanse naam Eisenvogel, wat ‘ijzervogel’ betekent. Deze naam slaat op de metaalachtige glans van het blauwe verenkleed. Een andere verklaring voor de naam is dat de ijsvogel ’s winters bij het ijs werd gezien om uit een wak vissen te vangen.

De naam ijsvogel  in Nederlandse termen lijkt wel verkeerd gekozen.  IJs en sneeuw kan juist voor deze vogel funest zijn. De vogel is voornamelijk een vis eter. Hij is dus aangewezen op water en bij  bevriezing van deze zal verhongering gebeuren met als gevolg de dood.

Veel natuurwaarnemers nemen het initiatief om in de wintermaanden een wak te maken zodat de ijsvogel aan zijn vis komt.

Koningvisser (Kingfisher)

Een naam die beter bij deze mooie vogel past is wellicht Koningvisser, afgeleid van zijn Engelse benaming is Kingfisher.

De ijsvogel is namelijk vaak te vinden op een vaste uitkijkpost nabij het water, vanwaar hij zijn prooidieren gadeslaat. De ijsvogel zit meestal onbeweeglijk op zijn uitkijkplaats, die zich zo’n een tot drie meter boven het water bevindt. Een tak die over het water uitsteekt is hiervoor geschikt, maar ook beschaduwde overhangende struiken worden hiervoor wel gebruikt. Met zijn scherpe ogen kan hij in helder water de precieze positie van zijn prooi bepalen, waarna hij met zijn snavel naar voren op zijn prooi duikt. De prooi bevindt zich meestal niet meer dan 25 cm onder het wateroppervlak. Als een visje zich laat zien wordt het met een snelle duikvlucht verschalkt. Iedere ijsvogel heeft een aantal favoriete uitkijkplaatsen vanwaar hij duikt. Als de uitkijkplaats te laag is, vliegt hij eerst omhoog waarna hij naar beneden duikt. Ook kan de vogel boven het water bidden. Aan de kust wordt vanaf een rots, een pier of een paal gejaagd. Soms wordt ook buiten het water gezocht naar voedsel, zoals in de lucht, hier worden insecten gevangen.

Bij het jagen op vis duikt de ijsvogel bijna loodrecht op zijn prooi, waardoor hij met hoge snelheid het wateroppervlak kan doorbreken. Om deze snelheid te ontwikkelen slaat hij tijdens de duik kort met zijn vleugels. Bij voldoende snelheid kan hij tot een diepte van een meter duiken, maar meestal duikt hij niet meer dan enkele decimeters. Om de ogen te beschermen tegen het water gebruikt de ijsvogel zijn knipvlies, dit is een extra ooglid dat half doorzichtig is en door een reflex als een duikbril over het oog schuift tijdens het duiken. Het wordt ook gesloten bij het voeren van de vrouwelijke partner of jong en als de vogel de veren poetst, om beschadiging door de klauwen te voorkomen.

De ijsvogel verlaat direct na de vangstpoging het water. Met enkele slagen van de korte, sterke vleugels kan hij zich uit het water heffen en wegvliegen. Hij vliegt hierna naar een zitplaats, waar hij het visje doodslaat tegen de tak waar hij op zit. Hierna wordt de prooi in zijn geheel doorgeslikt met de kop eerst. Zo wordt voorkomen dat eventuele stekels van de prooi zich vastzetten in de keel en de vogel zouden doen stikken. Mocht de ijsvogel de vis niet met zijn snavel kunnen draaien dan wordt deze eerst in de lucht gegooid. Onverteerbare delen als graten, schubben en chitineresten worden in een kleine, ovale braakbal uitgebraakt.

De naam Koningvisser is dan zeker op zijn plaats.

Habitat.

De ijsvogel is voor het jagen afhankelijk van wateren die helder en ijsvrij zijn met veel kleine visjes. Het liefst leeft hij in schaduwrijke gebieden, waar hij bij de jacht niet wordt gehinderd door de reflectie van licht. De aanwezigheid van geschikte uitkijkplaatsen is van minder groot belang. In de broedtijd leven de vogels voornamelijk in de nabijheid van steile oeverwallen van zand of leem nabij water, waar een nest hol kan worden uitgegraven. Ook wordt er graag gebruik gemaakt van zandkluiten van omgewaaide bomen, mits deze dik genoeg zijn. Soms broeden zij ook in steile wanden die wat verder van het water afliggen, maar dit komt zelden voor.

Waarnemen.

Om deze vogel waar te nemen
zul je zeker moeten gaan observeren.

Weet je niet zeker of er in jouw omgeving iets zit, vraag dan eens aan een lokale visser. Grote kans dat deze aangeeft dat er ooit bij hem of een collega een ijsvogel op de hengel is gaan zitten.

De ervaring leert dat de ijsvogel vaak in een patroon vliegt. Indien dat voor jouw duidelijk wordt kun je hierop anticiperen.

Fotografie.

Het fotograferen van een ijsvogel is natuurlijk prachtig als dat lukt.

Door het plaatsen van een lange stok in zijn vlucht patroon, maak je kans dat hij dit ziet en hier vervolgens gaat zitten en duiken. De ijsvogels is altijd nieuwsgierig naar nieuwe plekjes Deze stok moet minstens 1.5meter boven het water hangen. Ook van belang is deze kort voor je sessie pas te plaatsen en meteen na de sessie weer weg te halen.

Vervolgens is het van belang dat hij je niet ziet. Gebruik daarvoor een telelens om afstand te houden. Daarnaast is het van belang dat je je goed verstopt. Camouflage en gebruikmakend  van een tentje is eigenlijk een must. Zorg voor een rustige sessie waarbij je de ijsvogel niet stoort in zijn gedrag.

Als je een tentje gebruik, houd dan rekening met de daar geldende regels.

Niet overal is dit toegestaan.

Camerasetting.

Gebruik een snelle shutter speed, dit om de aankomst vlucht, duik, vertrek scherp te kunnen fotograferen, (2x de lengte telelens) . Diafragma voor een mooi bokeh zo laag mogelijk houden (F5.6 bijv.)  In sommige gevallen is het prachtig om de omgeving er ook scherp op te hebben. In dat geval verander je je diafragma naar een hoger getal (F11 of nog hoger) afhankelijk van je eigen smaak.. Kijk goed naar de compositie, een kleine verschuiving naar links, rechts, boven, onder kan je foto er beter uitlaten komen.

Geef een reactie