Geplaatst op

Scherpe wildlife foto’s met een telelens: zo doe je dat zonder statief

Telelens stabilizer Olympus OM System - compleet overzicht

Wildlife fotografie met een lange telelens is prachtig — maar ook technisch veeleisend. Eén van de grootste uitdagingen: stabiliteit. Zonder de juiste ondersteuning krijg je trillende, onscherpe foto’s, ook al heb je de snelste sluitersnelheid ingesteld.

In dit artikel lees je hoe je scherpe opnames maakt met een telelens, zelfs als je geen statief bij je hebt.

Waarom is een telelens zo lastig te stabiliseren?

Een lange telelens vergroot niet alleen je onderwerp — hij vergroot ook elke beweging. Zelfs een kleine trilling van je hand wordt uitvergroot, waardoor foto’s snel onscherp worden. Dit effect is sterker naarmate de brandpuntsafstand langer is.

De vuistregel: gebruik een sluitersnelheid van minimaal 1/brandpuntsafstand. Bij een 500mm lens betekent dit minstens 1/500s. Maar in de praktijk, zeker bij bewegende dieren, wil je nog sneller.

Tip 1: Gebruik een hand stabilizer voor maximale controle

Een hand stabilizer — ook wel lens support of telelens steun genoemd — geeft je extra houvast bij het vasthouden van zware objectieven. In tegenstelling tot een statief ben je volledig mobiel. Je kunt snel bewegen, draaien en focussen op een vliegend of rennend dier.

De telelens hand stabilizers van De Natuur Waarnemer zijn speciaal ontwikkeld voor gebruik in het veld. Ze zijn op maat gemaakt per lensmerk, zodat ze perfect passen en optimale stabiliteit bieden.

Tip 2: Houd je ellebogen dicht bij je lichaam

Veel fotografen houden hun armen te ver van hun lichaam. Door je ellebogen naar je borst te trekken, maak je van je bovenlichaam een stabiel platform. Combineer dit met een hand stabilizer en je voelt het verschil meteen.

Tip 3: Adem rustig en druk op het juiste moment af

Net als bij schieten met een geweer geldt in fotografie: druk af op het moment dat je adem ontspannen is. Adem in, laat half uit, druk dan de ontspanknop in. Dit minimaliseert lichaamstrillingen op het kritieke moment.

Tip 4: Gebruik beeldstabilisatie verstandig

Moderne lenzen en camera’s hebben ingebouwde beeldstabilisatie (IS, VR, OSS, IBIS). Dit helpt enorm bij statische onderwerpen, maar schakel het uit of zet het op de stand voor bewegende objecten als je op vliegende vogels of rennende dieren fotografeert. Verkeerde stabilisatie-instellingen kunnen juist meer onscherpte geven.

Tip 5: Zoek steun in je omgeving

Geen statief? Gebruik wat er is: een boomstam, een auto-dakraam, een hekhek. Leg je lens (met een beschermende ondersteuning) op een stabiel oppervlak en gebruik de omgeving als steunpunt. Een hand stabilizer maakt dit nog makkelijker door als tussenstuk te fungeren.

Conclusie: Mobiliteit én stabiliteit

Het geheim van scherpe wildlife foto’s zonder statief zit in de combinatie van techniek, houding en het juiste gereedschap. Een hand stabilizer geeft je de vrijheid om te bewegen én de stabiliteit die je nodig hebt voor die ene perfecte opname.

Bekijk onze hand stabilizers voor alle grote lensMerken — op maat gemaakt, in Nederland ontwikkeld.

Geplaatst op

De (vlaamse) gaai

De gaai is een bijzondere vogel die bescherming geniet als inheemse soort.

Het is een beigebruine vogels, met een licht gestreepte kruin, een lichte keel en onderkant, een lichtblauw vleugelveld met een fijne zwarte bandering. Verder heeft de gaai een brede zwarte baardstreep, een zwarte staart en witte stuit. In het voorjaar en zomer nadrukkelijk aanwezig met luidruchtige roep. Witte stuit en zwarte staart vallen op tijdens de vlucht. Gaaien hebben een stevige donkere snavel. De meest bekende roep is een luide, hese schreeuw die in de buurt van bomen en bos geregeld te horen is.

VOEDSEL

Gaaien eten vooral insecten, aangevuld met eieren en jongen van zangvogels. ’s Winters eten gaaien vooral eikels, maar ook beukennootjes, granen (mais), fruit en ander eetbaars. In het najaar hamsteren gaaien de eikels en verstoppen die in de grond. Bij voedselgebrek worden ze opgegraven. De eikels die ze niet opgraven, kunnen uitgroeien tot bomen. Weet een gaai dat hij in de gaten wordt gehouden tijdens het verstoppen, dan komt hij later terug om de eikel elders te verstoppen.

Gaaien eten vooral insecten. ’s Winters eten gaaien vooral eikels, maar ook beukennootjes, granen (mais), fruit en ander eetbaars.

LEEFGEBIED

Broeden in bossen, kleinschalig boerenland en in parken en tuinen in de stad. Daar zoeken ze ook hun voedsel. Waar loofbomen als eik en beuk aanwezig zijn, kunnen gaaien worden gevonden. De gaai was vroeger een uitgesproken bosvogel, maar ondanks schuw gedrag steeds vaker in de stad te zien. Ontbreekt alleen in gebieden zonder bomen.

bron: www.vogelbescherming

Geplaatst op — Geef een reactie

IJsvogel doet zijn naam eer aan?

Je hebt ze vast wel eens gezien, de blauwe flits die met schelle geluiden laag over het water scheert. Prachtig om te zien maar oh zo lastig om een goed beeld van het beestje te krijgen.

De Nederlandse naam ijsvogel kan een verbastering zijn van de Germaanse naam Eisenvogel, wat ‘ijzervogel’ betekent. Deze naam slaat op de metaalachtige glans van het blauwe verenkleed. Een andere verklaring voor de naam is dat de ijsvogel ’s winters bij het ijs werd gezien om uit een wak vissen te vangen.

De naam ijsvogel  in Nederlandse termen lijkt wel verkeerd gekozen.  IJs en sneeuw kan juist voor deze vogel funest zijn. De vogel is voornamelijk een vis eter. Hij is dus aangewezen op water en bij  bevriezing van deze zal verhongering gebeuren met als gevolg de dood.

Veel natuurwaarnemers nemen het initiatief om in de wintermaanden een wak te maken zodat de ijsvogel aan zijn vis komt.

Koningvisser (Kingfisher)

Een naam die beter bij deze mooie vogel past is wellicht Koningvisser, afgeleid van zijn Engelse benaming is Kingfisher.

De ijsvogel is namelijk vaak te vinden op een vaste uitkijkpost nabij het water, vanwaar hij zijn prooidieren gadeslaat. De ijsvogel zit meestal onbeweeglijk op zijn uitkijkplaats, die zich zo’n een tot drie meter boven het water bevindt. Een tak die over het water uitsteekt is hiervoor geschikt, maar ook beschaduwde overhangende struiken worden hiervoor wel gebruikt. Met zijn scherpe ogen kan hij in helder water de precieze positie van zijn prooi bepalen, waarna hij met zijn snavel naar voren op zijn prooi duikt. De prooi bevindt zich meestal niet meer dan 25 cm onder het wateroppervlak. Als een visje zich laat zien wordt het met een snelle duikvlucht verschalkt. Iedere ijsvogel heeft een aantal favoriete uitkijkplaatsen vanwaar hij duikt. Als de uitkijkplaats te laag is, vliegt hij eerst omhoog waarna hij naar beneden duikt. Ook kan de vogel boven het water bidden. Aan de kust wordt vanaf een rots, een pier of een paal gejaagd. Soms wordt ook buiten het water gezocht naar voedsel, zoals in de lucht, hier worden insecten gevangen.

Bij het jagen op vis duikt de ijsvogel bijna loodrecht op zijn prooi, waardoor hij met hoge snelheid het wateroppervlak kan doorbreken. Om deze snelheid te ontwikkelen slaat hij tijdens de duik kort met zijn vleugels. Bij voldoende snelheid kan hij tot een diepte van een meter duiken, maar meestal duikt hij niet meer dan enkele decimeters. Om de ogen te beschermen tegen het water gebruikt de ijsvogel zijn knipvlies, dit is een extra ooglid dat half doorzichtig is en door een reflex als een duikbril over het oog schuift tijdens het duiken. Het wordt ook gesloten bij het voeren van de vrouwelijke partner of jong en als de vogel de veren poetst, om beschadiging door de klauwen te voorkomen.

De ijsvogel verlaat direct na de vangstpoging het water. Met enkele slagen van de korte, sterke vleugels kan hij zich uit het water heffen en wegvliegen. Hij vliegt hierna naar een zitplaats, waar hij het visje doodslaat tegen de tak waar hij op zit. Hierna wordt de prooi in zijn geheel doorgeslikt met de kop eerst. Zo wordt voorkomen dat eventuele stekels van de prooi zich vastzetten in de keel en de vogel zouden doen stikken. Mocht de ijsvogel de vis niet met zijn snavel kunnen draaien dan wordt deze eerst in de lucht gegooid. Onverteerbare delen als graten, schubben en chitineresten worden in een kleine, ovale braakbal uitgebraakt.

De naam Koningvisser is dan zeker op zijn plaats.

Habitat.

De ijsvogel is voor het jagen afhankelijk van wateren die helder en ijsvrij zijn met veel kleine visjes. Het liefst leeft hij in schaduwrijke gebieden, waar hij bij de jacht niet wordt gehinderd door de reflectie van licht. De aanwezigheid van geschikte uitkijkplaatsen is van minder groot belang. In de broedtijd leven de vogels voornamelijk in de nabijheid van steile oeverwallen van zand of leem nabij water, waar een nest hol kan worden uitgegraven. Ook wordt er graag gebruik gemaakt van zandkluiten van omgewaaide bomen, mits deze dik genoeg zijn. Soms broeden zij ook in steile wanden die wat verder van het water afliggen, maar dit komt zelden voor.

Waarnemen.

Om deze vogel waar te nemen
zul je zeker moeten gaan observeren.

Weet je niet zeker of er in jouw omgeving iets zit, vraag dan eens aan een lokale visser. Grote kans dat deze aangeeft dat er ooit bij hem of een collega een ijsvogel op de hengel is gaan zitten.

De ervaring leert dat de ijsvogel vaak in een patroon vliegt. Indien dat voor jouw duidelijk wordt kun je hierop anticiperen.

Fotografie.

Het fotograferen van een ijsvogel is natuurlijk prachtig als dat lukt.

Door het plaatsen van een lange stok in zijn vlucht patroon, maak je kans dat hij dit ziet en hier vervolgens gaat zitten en duiken. De ijsvogels is altijd nieuwsgierig naar nieuwe plekjes Deze stok moet minstens 1.5meter boven het water hangen. Ook van belang is deze kort voor je sessie pas te plaatsen en meteen na de sessie weer weg te halen.

Vervolgens is het van belang dat hij je niet ziet. Gebruik daarvoor een telelens om afstand te houden. Daarnaast is het van belang dat je je goed verstopt. Camouflage en gebruikmakend  van een tentje is eigenlijk een must. Zorg voor een rustige sessie waarbij je de ijsvogel niet stoort in zijn gedrag.

Als je een tentje gebruik, houd dan rekening met de daar geldende regels.

Niet overal is dit toegestaan.

Camerasetting.

Gebruik een snelle shutter speed, dit om de aankomst vlucht, duik, vertrek scherp te kunnen fotograferen, (2x de lengte telelens) . Diafragma voor een mooi bokeh zo laag mogelijk houden (F5.6 bijv.)  In sommige gevallen is het prachtig om de omgeving er ook scherp op te hebben. In dat geval verander je je diafragma naar een hoger getal (F11 of nog hoger) afhankelijk van je eigen smaak.. Kijk goed naar de compositie, een kleine verschuiving naar links, rechts, boven, onder kan je foto er beter uitlaten komen.

Geplaatst op — Geef een reactie

Wandelen door het Ter Apeler bos

De winter is het ideale seizoen voor een stevige boswandeling.
In de omgeving van Ter Apel vind je de oudste bossen van onze provincie.
Wandel langs de Ruiten Aa door een kronkelig, nat en kleurrijk beekdal.
De geschiedenis van deze streek heeft haar sporen achtergelaten.
De route brengt je namelijk langs verschillende historische locaties.
Ontdek de verhalen achter de bouwwerken tijdens deze wandeling door Westerwolde.

Landschap vol geschiedenis
Van de Schotslaan, waar een van de drie Joodse begraafplaatsen van Ter Apel ligt, wandel je naar de voormalige aardappelmeelfabriek.
Deze fabriek speelde een belangrijke rol in deze regio in de twintigste eeuw.
Akkerbouwers verkochten hun aardappeloogst aan de fabriek en veel inwoners van Ter Apel konden er werken.
In het landschap is nog te zien hoeveel invloed de fabriek had, kijk maar naar het kanaal en de spoorlijn die voor de fabriek werden aangelegd.
Tussen wandelknooppunten 14 en 25 wandel je langs de oude vloeivelden van de aardappelmeelfabriek.

Het grootste gedeelte van deze route loopt door de bossen van Ter Apel.
Deze eeuwenoude bossen dateren uit het jaar 800, waardoor je om je heen bijzondere planten kunt zien.
Zo is dit bos de enige plek in Nederland waar je de steenbraam nog kunt vinden.
Wie goed kijkt zal ook genoeg verschillende vogels spotten.
Spechten, ijsvogels, grauwe klauwier, roodborsttapuit en grote gele kwikstaart bijvoorbeeld.
Ga je heel vroeg het bos, dan heb je kans dat je een ree of vos gaat zien.

Neem dus vooral je verrekijker mee.

Met de kabelbaan
Tussen knooppunten 23 en 14 steek je het Ruiten Aa kanaal op een wel heel bijzondere manier over: met het eerste hand-aangedreven kabelbaantje van Nederland.
Het ontwerp van dit 22,4 meter lange kabelbaantje werd gebaseerd op een van de wagons van ‘Ol Graitje’, de tram die vroeger door Westerwolde reed.
Neem plaats in de gondel, gun je benen wat rust en zet je armen aan het werk om jezelf naar de overkant te draaien.

De route komt uit bij het indrukwekkende klooster van Ter Apel.
Zo’n groot gebouw van rood baksteen midden in de loofbossen maakt geheid indruk.
In dit middeleeuwse klooster werd eeuwenlang met bezieling gewerkt, gebeden en geleefd.
En ook nu is het nog altijd een plek waar je de stilte kunt horen.
Het klooster is tegenwoordig een museum.
Stap naar binnen en ontdek hoe de monniken hier vroeger leefden.

Wie na de wandeling toe is aan een welverdiend kopje koffie of thee kan terecht bij Hotel Boschhuis.
Verscholen tussen het groen trekt dit mooie pand direct je aandacht.
Ooit gesticht als ‘bakhuys’ en brouwhuis voor het klooster tegenover het hotel. Nu neem je er plaats in het café of restaurant en trakteer je jezelf op iets lekkers.
Nog even nagenieten op z’n Gronings.

De route is gebaseerd op het wandelnetwerk, deze is 12.3 kilometer en de duur ligt rond 2.5 uur.

bron: Visitgroningen

Geplaatst op — Geef een reactie

Citizen Science

Kom je regelmatig in de natuur en vind je het fantastisch om je waarnemingen te registreren dan lever je een grote bijdrage aan de kennis over de natuur.

Onderzoeksinstituten gebruiken graag de kennis, zoals verspreiding van een diersoort, in hun analyses voor beleid en wetenschap.

Wat is Citizen Science

In het Nederlands vertaalt spreken we over burger wetenschappen.

Bij citizen science dragen burgers actief bij aan het genereren van wetenschappelijke kennis. In de natuurwereld is de bekendste vorm hiervan het monitoren van de verspreiding van planten en dieren. De vele vrijwillige natuurwaarnemers (‘tellers’) zijn van groot belang voor de kennis over de natuur.

In Nederland bestaat er een uitgebreid netwerk van soortenorganisaties, die al sinds de jaren 80 met behulp van vele vrijwilligers systematische natuurtellingen organiseren. Daarnaast zijn er verschillende onlineplatforms waarop burgers natuurwaarnemingen kunnen doorgeven. Vooral Waarneming.nl, en de daaraan gekoppelde app ObsIdentify, is erg populair.

Citizen science verdient erkenning als een belangrijke vorm van burgerbetrokkenheid bij natuur, die van waarde is voor beleid en wetenschap. Op veel natuurplatforms en in diverse publicaties is er echter vooral aandacht voor de waarnemingen zelf en minder voor de belangrijke rol die vrijwilligers hierbij spelen. In dit onderzoek is samen met verschillende soortenorganisaties en natuurplatforms berekend hoeveel vrijwilligers er nu actief zijn op dit gebied en hoeveel tijd ze daaraan besteden.

Vrijwillige waarnemers belangrijk voor natuurbeleid

De waarnemingen die verzameld worden op de invoerportalen zoals Waarneming.nl, Telmee.nl en de NDFF Verspreidingsatlas vloeien veelal door naar de NDFF. Hetzelfde geldt voor het overgrote deel van de data uit projecten van soortenorganisaties en vrijwilligers bij terrein beherende organisaties als Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de provinciale Landschappen. Gegevens van de NDFF en het NEM worden gebruikt voor het verkrijgen van inzicht in de toestand en veranderingen van natuur en biodiversiteit.

Hierin speelt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een belangrijke rol. Het CBS past statistische bewerkingen toe om indexcijfers en trends vast te stellen en te verwerken in biodiversiteitsindicatoren, die bijvoorbeeld de trend van broedvogels of van beek- en poldervissen weergeven.

Berekende biodiversiteitsindicatoren zijn essentieel voor evaluaties van het natuurbeheer en beleid, en worden gebruikt in internationale rapportages voor de EU-Vogel en Habitatrichtlijnen en de VN-Convention on Biological Diversity. De bijdrage van vrijwilligers is daarmee van groot belang voor de huidige kennis en het in kaart brengen van ontwikkelingen in de Nederlandse natuur.

Moet ik dat ene unieke exemplaar ook melden bij een invoerportaal?

Stel voor dat je als waarnemer een bijzonder dier of plant ziet, je weet zeker dat als je dit kenbaar maakt er veel nieuwsgierig publiek op af gaat komen. Ter bescherming daarvan besluit je het niet te melden.  Uiteraard kunnen ook andere reden je besluiten deze niet te melden.

Besluit je het toch te melden, dan zijn er hulpmiddelen om bovenstaand te voorkomen.

In veel gevallen kun je in het invoerportaal de locatie afschermen of je melding onder embargo plaatsen. Voor de moderators en de waarnemer blijven deze gegevens uiteraard zichtbaar.

 Informatie over invoerportalen kunt u bij 1 van de onderstaande organisaties vinden

bron: Compendium Leef Omgeving Rijksoverheid